Wetenschappelijke naam: Python molurus bivittatus
Nederlandse naam: tijgerpython/Burmese python


Algemeen:

Deze python wordt gemiddeld worden zo'n 4a5meter en behoort dan ook tot de reuze slangen.
Deze python kun je tegen komen in de vochtige gebieden van zuid-oost-azie.
Deze python is een uitstekende zwemmer en is dan ook vaak in het water te vinden.
Dit heeft waarschijnlijk te maken met het zware lichaam van dit dier, dat in het water veel lichter lijkt. Waardoor hij zich weer waarschijnlijk makkelijker kan bewegen.
Van deze soort zijn verschillende kleur mutaties bekend zoals: paternles green, paternles albino,
graniet, albino graniet, albino, labyrinth, leucistic en normale wildkleur natuurlijk.

Huisvesting:
Tijgerpythons zijn grote en massieve slangen die dus een groot terrarium nodig hebben.
Minimale maten zijn toch wel 200x80x50 LxDxH. Groter is altijd beter.
Verder moet het een stevig terrarium zijn waar ze niet makkelijk uit kunnen breken.
Verder heeft deze soort een R/V van 70 to 80% nodig.
In het koude gedeelte mag het 26 graden zijn en in het warme 32 graden met een algemene omgevingstemperatuur van zo'n 29 graden.
S'nachts kan je de omgevingstemperatuur tot zo'n 26graden laten zaken.
Pas bij deze dieren heel erg op met tocht, zeker kleur mutaties zijn erg gevoelig voor long infecties.
Verder heeft dit dier een grote waterbak nodig.
Klimmen doet deze reus zelden en een klimgelegenheid moet extreem sterk zijn.
Jongen dieren kunnen een klimgelegenheid echter wel waarderen.
Een schuilplaats voorkomt vooral voor jonge dieren veel stress.

Karakter:
Dit dier is echt een zachtaardige reus (uitzonderingen daargelaten).
Je moet er wel rekening mee houden dat de meesten als ze de 2 meter hebben bereikt in de pubertijd kunnen raken.
Ze waarschuwen dan met een heftig geblaas en willen ook wel eens uithalen.
Dit gaat in de meeste gevallen vanzelf wel weer over. Je moet hem wel altijd (op een veilige manier) blijven hanteren.
Zo wennen ze natuurlijk eraan om gehanteerd te worden ook als hij volwassen is.
Slangen worden niet tam maar wennen er wel aan gehanteerd te worden.
Hou er daarom rekening mee dat het een wild dier blijft en hanteer een volwassen dier nooit alleen.

Voeding:
Net geboren tijgerpythons kunnen naar hun eerste vervelling al gemakkelijk volwassen muizen verslinden.
Na een jaar hebben deze dieren meestal de 1,5 - 2 meter bereikt en eten ze al volwassen ratten en cavia's.
Eenmaal volwassen eten deze dieren kleine konijnen en groter. Verder zijn het super makkelijke eters en zullen zelden een prooi weigeren.
Let wel op vervetting, als hij actief wordt wil dat niet direct zeggen dat hij honger heeft.
Slangen zijn binnen vetter en je kunt dus niet aan de buiten kant zien of hij te dik is.
Bij jongen dieren is een prooi in de 10 dagen voldoende en bij volwassen dieren een flink konijn in de 4 tot 6 weken.